TAX BLOG

18/6/2019

BV of eenmanszaak? Het fiscale omslagpunt in 2017 en 2018

In de meeste gevallen begint een nieuwe ondernemer als zelfstandige met een eenmanszaak. Maar als de onderneming groeit, groeit vaak de vraag op of niet beter voor een BV gekozen kan worden. Een grote motivatie hierbij is de beperkte aansprakelijkheid die een BV biedt. Ook fiscale overwegingen kunnen hierin een rol spelen. Dikwijls wordt gezegd dat er een winstniveau is waarboven het gunstiger is om voor een BV te kiezen. Als uitgangspunt wordt meestal € 200.000 als omslagpunt genoemd,. Dit ligt echter iets genuanceerder. Zo ligt het omslagpunt bijvoorbeeld aanzienlijk lager voor ondernemers die geen dividenden uitkeren of koerswinsten realiseren. Dit geldt voor zowel 2017 als voor 2018.

Welke rechtsvormen kiezen de ondernemers in Nederland?

Rechtsvormen zonder beperkte aansprakelijkheid

Dit zijn de eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma (VOF) en commanditaire vennootschap (CV). Deze rechtsvormen kenmerken zich door de afwezigheid van een beperkte aansprakelijkheid voor de ondernemer die hiervan gebruikmaken. Dit houdt onder andere in dat schuldeisers van de onderneming hun schuld ook zouden kunnen verhalen op het privévermogen van de ondernemer.

Rechtsvormen met beperkte aansprakelijkheid

Wanneer een onderneming groeit wordt het voor een ondernemer interessant om zijn eigen risico's in te perken door zijn aansprakelijkheid voor ondernemingsschulden te beperken. Een ondernemer kan dit doen door te kiezen voor een rechtsvorm mét rechtspersoonlijkheid. Dit zijn de besloten vennootschap (BV) en de naamloze vennootschap (NV). Een ondernemer zal dan directeurgrootaandeelhouder (DGA) van de BV worden. Als bestuurder is zijn aansprakelijkheid beperkt, zodat bijvoorbeeld bij een faillissement van de BV de schuldeisers hun schuld niet op het privévermogen van de bestuurder kunnen verhalen. In sommige gevallen, met name wanneer er sprake is van onbehoorlijk bestuur, kan de bestuurder echter alsnog privé-aansprakelijk zijn voor schulden van de BV. Als aandeelhouder is de aansprakelijkheid van de ondernemer eveneens beperkt; dat wil zeggen, de aandeelhouder van een BV of NV kan niet meer geld verliezen dan het door hem ingebrachte kapitaal.

Nederlandse bedrijven: eenmanszaak en BV veelvoorkomend

Volgens het CBS bestaan er in Nederland in 2016 1.550.000 bedrijven. Zo'n 75% hiervan (1.170.000 van de 1.550.000 bedrijven) kent geen rechtspersoonlijkheid. Hierbij gaat het veelal om eenmanszaken (980.000) en VOF's (160.000). De overige 25% van de Nederlandse bedrijven kent wel rechtspersoonlijkheid. Dit zijn met name BV's (330.000 van de 380.000 bedrijven met rechtspersoonlijkheid).

Civielrechtelijke voor- en nadelen

Civielrechtelijke voordelen voor een BV

Een BV kent enkele civielrechtelijke voordelen ten opzichte van een eenmanszaak. Een BV kent een beperkte aansprakelijkheid voor aandeelhouders en bestuurders. Voor de meeste ondernemers is dit veruit het belangrijkste niet-fiscale voordeel van een BV. Daarnaast wordt de continuïteit van de onderneming bij een BV beter gewaarborgd. Zo gaan bij het overlijden van een aandeelhouder de aandelen over op een ander persoon.

Civielrechtelijke nadelen voor een BV

Een BV kent echter ook enkele civielrechtelijke nadelen. Zo kent een BV, in tegenstelling tot een eenmanszaak, de verplichting om een jaarrekening op te stellen en openbaar te maken. Dit houdt in dat geld aan een accountant besteed moet worden. Ook vereist de oprichting van een BV een notariële akte, wat eveneens kosten met zich brengt. Sinds oktober 2012 is evenwel géén minimumkapitaal meer vereist voor een BV; dit was voorheen één van de belangrijkste nadelen van een BV.

Belastingen: is er een fiscaal omslagpunt?

Naast de civielrechtelijke verschillen tussen een BV en eenmanszaak, kennen deze twee rechtsvormen ook belangrijke fiscale verschillen. Het belangrijkste verschil is dat een BV een belastingsubject is voor de vennootschapsbelasting (VPB), maar een eenmanszaak niet.

'Dubbele belasting' bij een BV

Een BV moet jaarlijks een VPB-aangifte indienen bij de belastingdienst en 25% belasting betalen over haar fiscale winst (of 20% tot een winst van € 200.000). De fiscale winst bestaat uit de inkomsten minus de kosten. Tot de kosten dienen ook een arbeidsvergoeding voor de DGA gerekend te worden. Deze arbeidsvergoeding wordt met IB (c.q. met loonbelasting als voorheffing op de IB) belast, tegen de progressieve IB-tarieven die oplopen tot 52%. Doorgaans is het fiscaal gunstig om een zo laag mogelijk DGA-loon op te geven. Om dit fiscale misbruik te voorkomen, controleert de belastingdienst of het opgegeven loon gebruikelijk is. Hierbij wordt bewijstechnisch uitgegaan van een DGA-loon van € 45.000 (2017 en 2018). Dit houdt in dat de bewijslast bij de belastingdienst ligt indien deze meent dat het gebruikelijke loon voor een concrete DGA hoger is dan dit bedrag, maar bij de DGA indien hij meent dat het gebruikelijke loon voor hem lager is.


Bij de DGA wordt echter niet alleen de arbeidsvergoeding belast, maar ook de kapitaalvergoeding. Concreet, houdt dit in dat de winst van de BV nog eens wordt belast bij de DGA. Een DGA dient namelijk in box II van de IB belasting te betalen (tegen 25%) over de ontvangen dividenden en de gerealiseerde koerswinsten. Let wel, de box II-IB over koerswinsten is dus pas verschuldigd wanneer deze koerswinsten worden gerealiseerd, wat bijvoorbeeld gebeurt indien de DGA zijn aandelen verkoopt. Indien de koerswinsten niet worden gerealiseerd, dan is de box II-IB nog niet verschuldigd. Door winsten 'op te potten' in de BV, kan zodoende de tweede belastingheffing bij de DGA (de box II-IB) worden uitgesteld, mits de DGA de aandelen niet verkoopt. Uitgekeerde winsten (dividenden) worden wél direct (met box II-IB) belast bij de DGA.


Bij een BV wordt zodoende drie keer belasting betaald (de dividendbelasting wordt hier genegeerd, aangezien dit een voorheffing is op de inkomstenbelasting en dus (in binnenlandse situaties) niet relevant is):

  • Vennootschapsbelasting (20% of 25%) over de fiscale winst van de
  • Inkomstenbelasting (box II, 25%) over dividenden en gerealiseerde koerswinsten
  • Inkomstenbelasting (box I, progressieve tarieven tot 52%) over het (gebruikelijke) DGA-loon

Fiscale transparantie bij een eenmanszaak

Een eenmanszaak is geen belastingsubject voor de VPB maar is 'fiscaal transparant'. Dit houdt in dat geen belasting wordt geheven bij de eenmanszaak maar bij de eigenaar van de eenmanszaak. Deze eigenaar is als natuurlijk persoon geen belastingsubject voor de VPB, maar voor de inkomstenbelasting (IB) met progressieve tarieven tot 52%. Concreet, houdt dit in dat waar bij een BV en de DGA drie 'soorten belastingen' (VPB, box I-IB en box II-IB) worden geheven, bij de eenmanszaak slechts één soort belasting wordt geheven: box I-IB.


De eigenaar van de eenmanszaak heeft bovendien toegang tot enkele fiscale faciliteiten waar een DGA geen aanspraak op kan maken. Hierbij gaat het met name om de zelfstandigenaftrek (plus de startersaftrek bij beginnende ondernemers) en de MKB-winstvrijstelling. De zelfstandigenaftrek bedraagt € 7.280 (2017 en 2018, excl. de startersaftrek). Dit bedrag mag op de winst in aftrek worden genomen. Van het resultaat hiervan, mag nog eens 14% worden afgetrokken (dit is de MKB-vrijstelling). Als gevolg, betaalt een eigenaar van een eenmanszaak niet belasting over zijn gehele winst, maar over een aanzienlijk kleiner deel hiervan.

Ligt het omslagpunt rond de € 200.000?

De zelfstandigenaftrek (incl. startersaftrek) en MKB-vrijstelling (in combinatie met de verschillende heffingskortingen) zorgen ervoor dat een startende ondernemer de facto over de eerste pakweg € 21.000 die hij verdient geen belasting is verschuldigd. Over elke volgende euro die hij aan winst maakt, is hij echter wél belasting verschuldigd. Op een gegeven moment, is zijn winst zo groot, dat hij over elke aanvullende euro aan winst 44,72% belasting moet betalen (52% maal 86% — de MKB-vrijstelling van 14% geldt namelijk voor de volledige winst, hoe hoog deze ook is). Zou hij een BV hebben gehad, dan was hij evenwel slechts 40% van elke extra euro aan winst kwijt aan de belastingdienst (20% aan VPB (mits de totale winst nog kleiner is dan € 200.000), plus 25% over de resterende 80%: 0,2 + 0,8*0,25 = 0,4).


Om deze reden bestaat er een fiscaal omslagpunt: bij een lage winst is een eenmanszaak gunstiger, maar naar mate de winst verder toeneemt, neemt het fiscale voordeel voor een eenmanszaak steeds verder af (aangezien over elke aanvullende euro aan winst meer belasting betaald moet worden dan wanneer voor een BV was gekozen) tot uiteindelijk een BV fiscaal gunstiger is dan een eenmanszaak. Het winstniveau waarop een BV fiscaal gunstiger is, wordt het 'omslagpunt' genoemd. In de fiscale praktijk, wordt doorgaans gesteld dat dit niveau rond de € 200.000 ligt. De berekening is niet erg complex: een eigenaar van een eenmanszaak heeft bepaalde fiscale voordelen (de zelfstandigenaftrek en lage box I-IB-tarieven bij een lage winst) die een DGA niet heeft (merk op dat de DGA ook recht heeft op heffingskortingen - bij het bepalen van de belasting die hij verschuldigd is over zijn gebruikelijk loon - zodat dit geen relevante factor is in de berekening) die grofweg gelijk zijn aan €10.000. Hier staat tegenover dat de eenmanszaakeigenaar vanaf een bepaald winstniveau over elke extra euro aan winst 4,72% meer belasting betaalt dan een DGA (44,72% - 40% = 4,72%). Indien de ondernemingswinst iets groter is dan € 200.000, dan is het fiscale voordeel van een eenmanszaakeigenaar zodoende ingelopen (€ 200.000 * 4,7% = € 9.400, wat bijna gelijk is aan het fiscale voordeel van een eenmanszaakeigenaar t.h.v. € 10.000).

Het omslagpunt kan lager zijn dan € 200.000

Er is echter een belangrijke factor die ervoor kan zorgen dat het omslagpunt aanzienlijker lager is dan € 200.000. In deze gevallen is een BV al fiscaal gunstiger bij een veel lager winstniveau dan € 200.000. Deze factor is het gegeven dat bij een BV pas box II-IB is verschuldigd bij realisatie van de koerswinsten. Concreet, houdt dit in dat wanneer een DGA de financiële ruimte heeft om de gemaakte winsten 'op te potten' in zijn BV (hij keert deze dan dus niet aan zichzelf uit als dividend, noch realiseert hij de koerswinsten op zijn aandelen door deze aan een ander te verkopen) dat hij dan (nog) geen box II-IB verschuldigd is. Uiteindelijk, wanneer de koerswinsten gerealiseerd worden, is hij uiteraard alsnog box II-IB verschuldigd, maar in contante termen is deze belastingschuld dan nog maar heel klein. Ter illustratie: in het extreme geval dat een DGA realisatie van koerswinsten decennia lang kan uitstellen, gaat de contante waarde van zijn belastingschuld (box II-IB) richting de nul. Hij betaalt dan effectief slechts 20-25% belasting over zijn winst. Als gevolg, daalt het fiscale omslagpunt tot onder de € 100.000.

Wilt u meer weten?


Neem contact met ons op of kijk op onze website.

+31 (85) 27 30 780
+31 (85) 27 30 780
+31 (85) 27 30 780
+31 (85) 27 30 780
NEEM CONTACT MET ONS OP
EN ONTDEK WAT CONTROTAX 
VOOR UW BEDRIJF KAN BETEKENEN!
MAAK EEN AFSPRAAK